Verhalen over 20 jaar Interzorg › Interzorg

Verhalen over 20 jaar Interzorg

maandag 23 juli 2018

Hoe kijken anderen naar ons?

Interzorg bestaat – in haar huidige vorm – 20 jaar! Jarig zijn betekent niet alleen slingers ophangen maar ook: even stil staan om te kijken wat je hebt bereikt in al die jaren. Dat doen we soms wat te weinig. Daarom vragen we de komende maanden verschillende mensen hoe ze tegen Interzorg aankijken, wat hun belevenissen en herinneringen zijn. Je leest ze op elke 20e van de maand.

 

“Hier lopen mensen rond die ik gewoon even bel, om te sparren”

Hij is huisarts in Marturia Gezondheidsplein Assen. Vanuit zijn functie en vooral vanuit zijn gedrevenheid, heeft Henkjan Gebben ook een bijzondere band met Interzorg. Daarover vertelt hij in dit eerste gesprek ’20 jaar Interzorg’.  

 

 

Wat is jouw relatie tot Interzorg?

“Om dat goed uit te leggen, moet ik beginnen te vertellen dat mijn collega Janet van Leussen en ik in onze praktijk zo’n 50-60% Molukse patiënten hebben. Dat vindt zijn oorsprong in het moment dat de Molukse mensen vanuit de tijdelijke kampen naar woonwijken verhuisden. De dokter die ze hadden, verhuisde in die beweging mee. Omdat de meeste Molukkers bij één praktijk zaten, behielden zij hun huisarts. Daar zijn steeds opvolgers voor gekomen en ik ben daar één van. Ik heb wel een klik met deze mensen, het is mooi om met hen te werken.”

Waar zit ‘m dat in?

“Zeker de oudere generatie heeft te maken met trauma’s, een deel van de mensen hebben bijvoorbeeld in Japanse interneringskampen gezeten. Enerzijds is er vaak sprake van complexe problematiek, zeker met het ouder worden. Anderzijds praten ze daar niet zo makkelijk over, vanwege hun cultuur en soms ook vanwege de taal die hen niet altijd even goed eigen is. Dat vind ik intrigerend en mijn gedachte was: hoe mooi zou het zijn wanneer je deze mensen bij elkaar zou kunnen laten wonen?”

En toen kwam Henk van Interzorg op je pad…

“Ja. Het lukte me niet om concreet vorm te geven aan die gedachte. Tot ik Henk de Vries tegenkwam, die zei: wij hebben daar ook ideeën over en zijn er zelfs al mee bezig. Onze ideeën bleken heel goed overeen te komen, dus zijn we gaan samenwerken.”

Hoe is dat toen van de grond gekomen?

“Interzorg heeft dat heel voortvarend aangepakt. Binnen 6-9 maanden is de Molukse woongemeenschap in De Slingeborgh opgezet. Ik ben zijdelings bij de opstart betrokken geweest, maar heb wel gezegd: ik wil wel degene zijn die de patiënten begeleidt in die woonvorm.”

Het draait nu een jaar, hoe gaat het tot nu toe, vind je?

“Ik vind vooral dat de mensen van de verzorging en verpleging het heel erg goed doen. Mag ik iemand in het bijzonder noemen? Want Tina Papilaja speelt wel een belangrijke rol in het geheel. Iedereen daar is natuurlijk goud waard, maar zij zeker. Vanwege haar Molukse achtergrond weet ze heel goed in te spelen op dat wat er speelt. Ze kent de families, spreekt Maleis en weet gevoeligheden op een Molukse manier aan te vliegen.”

Wat zie en merk je bij de Molukse mensen die er wonen?

“Ze moeten natuurlijk altijd eerst even wennen, want ze hebben hun vertrouwde huis verlaten. En ook al hebben de medebewoners dezelfde achtergrond, ze hoeven nog niet direct je vrienden te worden. Maar ik zie ze vooral met veel plezier om tafel zitten, samen eten bijvoorbeeld. Dat is ook mooi: de mensen uit de wijk koken voor hen.”

Het is een sociale plek in de buurt?

“Klopt, buurtbewoners komen er regelmatig even langs. Hun idee is dan ook niet: Interzorg heeft deze woongemeenschap gerealiseerd dus die bepaalt wat er gebeurt. Nee, het idee is dat de mensen uit de wijk het gevoel hebben ‘het is ook een beetje van ons’. Ze komen langs om een spelletje te doen of om te koken. Daardoor is het een hele levendige plek.

Daar komt nummer 2 in beeld die ik graag even wil noemen: Loes Hehanussa. Zij is de grote motor achter dit soort activiteiten. Zij heeft voelsprieten in de wijk, ze weet precies wie eventueel in aanmerking komt voor een plek in deze woongemeenschap.”

Jullie hebben daarover ook onderling contact?

“Ze komt regelmatig even bij me langs: Henkjan, met deze man moet je even gaan praten. Of: bij die familie speelt iets, daar moet je even langs. Dat is voor mij belangrijke informatie. Daarin zie ik ook een belangrijke meerwaarde dat deze plek geïntegreerd is in de wijk.”

Wanneer je aan Interzorg denkt, wat zijn dan je associaties?

“Interzorg is groot en heeft voor een huisarts veel mogelijkheden waar het gaat om ouderenzorg. De eerstelijnse afdelingen in Anholt vind ik zelf heel prettig. En wat ik ook heel prettig vind: het contact met de verpleeghuisartsen. SOG’ers noemen jullie die hè? Zij kijken naar de bewoners op een manier die mij aanspreekt, ik spar dan ook graag even met ze. Dat is wel het gevoel dat ik bij Interzorg heb: daar lopen mensen rond die ik gewoon wel eens bel: wat vind jij daar nou van? Dat spreekt me heel erg aan.”

Wat wens jij Interzorg toe?

“Natuurlijk wens ik Interzorg het allerbeste toe. Maar ik hoop ook echt dat we over een jaar of 5 de zorg met z’n allen nog meer geïntegreerd hebben: huisarts, thuiszorg, verpleeghuizen… Dat patiënten goed in beeld blijven en dat we nóg meer dan nu een gezamenlijk doel hebben. Het welzijn van die ene patiënt. Dat er een ‘wij’ ontstaat waarin ieder zijn of haar kwaliteiten volop inbrengt. Dat vind ik mooi, daar ben ik wel van. Van die manier van samenwerken.”